Schoorsteenveger

Brandhout

Vochtgehalte

Het vochtgehalte van hout is een belangrijke factor bij houtverbranding. Droog hout met een laag vochtgehalte brandt efficiënter en genereert meer warmte-energie dan vochtig hout.

Wanneer vochtig hout wordt verbrand, moet de warmte van de verbranding worden gebruikt om het water in het hout te verwarmen en te verdampen. Deze warmte-energie wordt aan de verbranding onttrokken, waardoor de temperatuur in de verbrandingszone daalt. Als gevolg hiervan kunnen de vlamtemperaturen laag blijven en kan de brandhaard gaan smeulen in plaats van krachtig te branden.

Een smeulende brandhaard met lage temperaturen leidt tot onvolledige verbranding. Dit betekent dat niet alle brandstof volledig wordt verbrand, en dat kan resulteren in een lager rendement. Bovendien kunnen onvolledige verbrandingsprocessen leiden tot de vorming van verontreinigende stoffen in de rookgassen, zoals koolmonoxide (CO), vluchtige organische stoffen (VOS) en fijnstof. Deze verontreinigende stoffen zijn schadelijk voor de luchtkwaliteit en kunnen negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van mens en milieu. De onverbrande rookgassen gaan in combinatie met de lagere temperaturen zorgen voor creosootvorming in de schoorsteen.

Daarom is het belangrijk om te zorgen voor goed gedroogd hout met een laag vochtgehalte voor efficiënte en schone houtverbranding. Het drogen van hout kan tijd kosten, maar het resulteert in een betere verbranding en minder uitstoot van schadelijke stoffen. Het ideale vochtgehalte ligt tussen de 12% en 15%.

Indien er twijfels bestaan over het vochtgehalte, is de enige mogelijkheid een meting met bijvoorbeeld een Wohler HF 550 en een slaghamerelectrode. Deze meting gebeurd conform VDI 4206 Blatt 4

VDI 4206 Blatt 4 is een richtlijn die specifiek betrekking heeft op de bepaling van het vochtgehalte van biomassa, inclusief hout. Het beschrijft methoden voor het meten van het vochtgehalte van hout volgens gestandaardiseerde procedures.

De VDI 4206 Blatt 4 biedt verschillende methoden voor vochtmeting van hout. Enkele van de meest gebruikte methoden zijn:

  • Oven-droogmethode: Deze methode omvat het wegen van een monster van vers hout en vervolgens het drogen ervan in een oven bij een bepaalde temperatuur (meestal 103-105 °C) totdat het gewicht constant blijft. Het vochtgehalte wordt berekend op basis van het verschil in gewicht vóór en na het drogen.
  • Elektrische weerstandsmethode: Deze methode maakt gebruik van elektrische weerstand om het vochtgehalte te meten. Een elektrische sonde wordt in het hout gestoken, en de weerstand wordt gemeten. Aangezien de elektrische weerstand van hout afhankelijk is van het vochtgehalte, kan het vochtgehalte worden bepaald aan de hand van deze meting.
  • Infraroodmethode: Deze methode maakt gebruik van infraroodstraling om het vochtgehalte te meten. Het houtmonster wordt bestraald met infraroodlicht, en de intensiteit van de gereflecteerde straling wordt gemeten. Op basis van de absorptie van infraroodlicht door het water in het hout, kan het vochtgehalte worden berekend.

Het gebruik van VDI 4206 Blatt 4 zorgt voor gestandaardiseerde en betrouwbare metingen van het vochtgehalte van hout.

Metingen uitgevoerd met een Wöhler HF 550 zijn volgens de elektrische weerstandsmethode. De slaghamerelectrode zorgt voor een meting diep in het brandhout. Door de som van 9 verschillende meetpunten kan zo een correct gemiddelde bepaald worden van het vochtgehalte.

Houtsoorten

Bij het gebruik van een houtkachel is het belangrijk om houtsoorten te kiezen die goed branden, efficiënt warmte produceren en weinig rook en creosoot afgeven. Hier zijn enkele houtsoorten die over het algemeen als goede keuzes worden beschouwd:

Eik, berk, els, essen en beukenhout. Naaldhout wordt afgeraden omwille van de deeltjes die wegspatten of de vele harsen.

Het spreekt voor zich dat het gebruik van mdf, multiplex, sloophout, behandeld hout, of hout dat geverfd of gelakt is, sterk wordt afgeraden. Bij de verbranding hiervan komen extra schadelijke stoffen vrij, die slecht zijn voor de gezondheid en het milieu.

Het hout kan best klein genoeg gezaagd en gekliefd zijn. Een ideale lengte is tussen de 25 en 30 cm, met een maximum diameter van ongeveer 8 cm. Volle stukken hout waar de schors nog rond zit droogt veel trager dan wanneer dit gekliefd wordt.

Kleiner brandhout zorgt voor een betere verbranding. Hierdoor moet de kachel misschien wat meer worden bijgevuld, maar haal je wel meer rendement uit dezelfde hoeveelheid hout. Een smeulend vuurtje is altijd een slecht idee.

Aanmaakmethode en bijvullen

Over het stoken zelf heeft iedereen zowat zijn eigen theorie. Sommige zijn incorrect, vooral door onwetenheid.

De beste methode om het vuur aan te maken is de zogenaamde ‘Zwitserse methode’.

De werkwijze hiervan kan je vinden in onderstaand filmpje:

De meest gemaakte fout bij hout stoken is te weinig zuurstof geven. Meestal is dit het gevolg van een te grote kachel. Het vuur wordt dan gedempt om te voorkomen dat het te warm wordt in de woning.

De gevolgen van te weinig zuurstof zijn duidelijk:

  • meer creosoot en aanslag in de schoorsteen
  • meer CO gassen door de onvolledige verbranding
  • meer uitstoot van schadelijke stoffen

RB Service, professioneel en vooruitstrevend schoorsteenexpert

RB service is een ervaren en toonaangevend bedrijf in de brede aanpak van schoorsteenproblemen.

Als lokale schoorsteenveger in Limburg en De Kempen helpen wij particulieren en bedrijven om hun schoorsteen in opperste staat te houden. Hiervoor gebruiken wij enkel de nieuwste technieken en het beste materiaal. Verwacht efficiëntie en persoonlijke service.

Gratis Offerte
Nu Bellen